De schilderachtige Donaubocht is van Boedapest uit maar een “sprong”, (weliswaar stroomopwaarts...). Het grotendeels vlakke Hongarije komt hier verrassend bergachtig uit de hoek.
De bocht begint in het barokke kunstenaarsstadje Szentendre. De meeste kerkjes werden er gebouwd door Servische of Griekse kooplieden. De gezellige straatjes herbergen vele musea, waaronder dat van Margit Kovács, keramiste met wereldfaam.
Een heel eindje buiten Szentendre ligt het voornaamste openluchtmuzeum van het land. In een lieflijke vallei kan u de landelijke bouwkunst van de verschillende streken van Hongarije van dichtbij aanschouwen.
De burcht van Visegrád werd eind vijftiende eeuw door reizigers tot één van de wereldwonderen gerekend. De imposante burcht herbergde de renaissance-paleizen van koning Matias. Wat we nu nog kunnen zien zijn hoofdzakelijk ruines, al slaagt men erin de bezoeker een idee te geven van de vergane glorie.
Op het einde van de bocht ligt majestueus de grootste kerk van het land. Ze werd in de negentiende eeuw gebouwd op de burchtheuvel van de heren die na de koning de tweedegrootste sinjoren waren van middeleeuws Hongarije: de prins-aarts-bisschoppen van Esztergom. Mooi uitzicht over buurland-bierland Slovakije.
Tot zover de binnenkant van de Donaubocht. Maar ook de overkant, de buitenbocht heeft sterke troeven: het stadje Zebegény, met zeevaartmuzeum en Jugendstilkerk, het Börzsöny-gebergte, of de bisschoppenstad Vác, waar het mooi wandelen is.